De dieren en planten in Nieuw-Guinea zijn ontdekt tijdens verschillende expedities en verkenningen in de loop van de geschiedenis. Het gebied werd voor het eerst verkend door Europeanen tijdens de 16e eeuw, met de Spaanse ontdekkingsreiziger Yñigo Ortiz de Retez als een van de eerste. Er zijn echter inheemse Papoea-gemeenschappen die al duizenden jaren in Nieuw-Guinea wonen en een diepe kennis hebben van de lokale flora en fauna.
In de 19e en 20e eeuw voerden wetenschappelijke expedities, zoals die van Alfred Russel Wallace en de Nederlands-Nieuw-Guinea-expeditie, onderzoek uit naar de biodiversiteit van het eiland. Deze expedities waren essentieel bij het verzamelen van gegevens en het ontdekken van nieuwe planten- en diersoorten.
Bovendien is het belangrijk op te merken dat Nieuw-Guinea een van de meest biodiverse regio's ter wereld is, met een groot aantal endemische soorten die nergens anders voorkomen. Dit betekent dat sommige planten en dieren pas recentelijk zijn ontdekt, aangezien de biodiversiteit van het eiland nog steeds wordt onderzocht en begrepen.
