Om de kans te berekenen dat je een 3 of hoger gooit, moeten we eerst weten hoeveel mogelijke uitkomsten er zijn en hoeveel van die uitkomsten een 3 of hoger zijn.
In dit geval zijn er 6 mogelijke uitkomsten, namelijk de getallen 1, 2, 3, 4, 5 en 6.
Van deze 6 uitkomsten zijn er 4 die een 3 of hoger zijn, namelijk de getallen 3, 4, 5 en 6.
Om de kans te berekenen, delen we het aantal gunstige uitkomsten door het totaal aantal mogelijke uitkomsten. Dus, de kans op een 3 of hoger is 4/6.
Om de breuk eenvoudiger te maken, kunnen we deze delen door 2, omdat zowel de teller als de noemer deelbaar zijn door 2.
Dus de eenvoudigste vorm van de breuk is 2/3.
